De ANWB wordt zo’n 85.000 keer per jaar gebeld voor een lekke band. En dat is niet de enige keer dat een band verwisseld moet worden. Als ze versleten zijn, moeten ze vervangen worden en ook het wisselen van zomer- en winterbanden of het roteren van de banden – het verwisselen van voor- en achterbanden – moet gebeuren. Als je zo’n klus zelf kunt klaren, scheelt je dat behoorlijk in de kosten.

Wanneer is het tijd je banden te verwisselen


De beste grip op het wegdek heb je als je banden een goed, gelijkmatig profiel hebben. In Nederland moet het profiel minimaal 1,6 mm bedragen, voor minder profiel kun je bekeurd worden. Over het algemeen wordt voor je eigen veiligheid en die van je medeweggebruikers aangeraden de banden te vervangen als ze nog maar 2 mm profiel hebben, bij winterbanden 4 mm. Ook als je niet zoveel rijdt en het profiel is nog diep genoeg, is het verstandig elke zes jaar je banden te vervangen. Het rubber van de banden kan onder invloed van temperatuurswisselingen, zonlicht en buitenlucht uitdrogen en scheurtjes gaan vertonen.

Zomer- en winterbanden


Het rubber van zomerbanden heeft een andere samenstelling dan het rubber van winterbanden. Onder een temperatuur van 7°C presteren winterbanden het beste, daarboven de zomerbanden. De banden hebben in hun seizoen niet alleen een betere grip op met name asfalt, maar ze slijten ook minder snel dan gewone banden. In Nederland is het rijden met winterbanden niet verplicht, in veel andere landen – waaronder Duitsland – wel.

Roteren van banden


Doorgaans slijten de banden van de voorwielen sneller dan die van de achterwielen. Door ze af en toe te wisselen, slijten ze gelijkmatiger en kun je langer met je banden doen. Overigens kan dit alleen als de wielmaat van voor- en achterwielen gelijk is. Let er wel op dat je de banden na het roteren weer op de juiste spanning brengt. Een verkeerde bandenspanning zorgt voor grotere slijtage en meer brandstofverbruik.

Dit heb je nodig bij het verwisselen van de banden:


  1. Krik;
  2. Kruissleutel of uitschuifbare wielmoersleutel;
  3. Schroevendraaier.

Zo ga je te werk


  1. Zet eerst je auto op de handrem en in de versnelling.
  2. Als je autowielen een wieldop hebben, wip je die er met de schroevendraaier af.
  3. Draai de wielmoeren een paar slagen los, je kunt meer kracht zetten als de auto nog niet is opgekrikt.
  4. Krik nu de auto op zodat het wiel net van de grond komt.
  5. Draai de wielmoeren helemaal los en verwijder het wiel.
  6. Plaats het nieuwe wiel en draai de wielmoeren met de hand aan.
  7. Laat de auto weer zakken en haal de krik weg.
  8. Draai nu kruislings de vier wielmoeren aan. Het beste kun je hier een wielmoersleutel voor gebruiken waarmee je het juiste aandraaimoment kiest: niet te strak en niet te los.

Het wiel blijft vastzitten


Bij lichtmetalen wielen kan het voorkomen dat het wiel niet los komt, ook al zijn alle moeren verwijderd. Probeer dit als volgt op te lossen:

  1. Draai de bouten weer vast en vervolgens draai je ze één slag los. Dit kan terwijl de wagen nog op de krik staat.
  2. Laat de auto zakken en rijdt – al draaiende aan het stuur – de auto een paar meter vooruit en rem flink.
  3. Controleer of het wiel nu wel los komt.


Succes!

Klaske Kassenberg

Klaske Kassenberg is onze klusser die je op de hoogte houdt van haar ervaringen met de Toolsite producten. Klik hier als je nog wat meer over haar achtergrond wilt weten.